Bestand drukklaar maken: de complete checklist
Maak uw drukbestand op het netto formaat plus 3 mm afloop aan elke zijde en houd belangrijke teksten en logo's minstens 3–5 mm van de snijlijn. Zet de kleuren in CMYK, gebruik foto's van 300 DPI op ware grootte (voor grootformaat dat van een afstand wordt bekeken volstaat 100–150 DPI), zet fonts om naar contouren of sluit ze in, en zet kleine tekst in puur zwart 100% K, niet kleiner dan 6 pt. Exporteer alles naar PDF/X-1a of PDF/X-4 met afloop en controleer het bestand vóór verzending met een voorvertoning en door alle teksten nog eens na te lezen.
De meeste problemen bij de drukker komen niet door een lelijk ontwerp, maar door technische details: geen afloop, tekst vlak tegen de rand, een foto van internet in 72 DPI of zwarte tekst die uit vier kleuren is opgebouwd. Deze gids neemt u stap voor stap mee langs alle punten die een DTP'er controleert voordat een bestand de pers op gaat. U begint bij het formaat en de afloop, gaat verder met kleuren, resolutie, fonts en zwart, en eindigt bij de PDF-export en de controle van het eindbestand. Onderaan vindt u een checklist om af te vinken.
De belangrijkste specificaties van een drukbestand in één tabel
Onderstaande waarden zijn een veilige standaard voor de meeste digitale, offset- en grootformaatdrukkerijen. Heeft uw drukker eigen aanleverspecificaties, dan gaan die altijd voor, want die hangen af van de machines, het papier en de afwerking.
| Specificatie | Kleine formaten (flyer, visitekaartje, poster) | Grootformaat (spandoek, roll-up, gevelbord) |
|---|---|---|
| Formaat | netto + afloop | netto + afloop of omslag, vaak op schaal 1:10 |
| Afloop | 3 mm aan elke zijde | afhankelijk van de afwerking, meestal van enkele mm tot enkele cm |
| Veiligheidsmarge | min. 3–5 mm van de snijlijn | enkele cm, meer bij zeilringen en tunnelzomen |
| Kleuren | CMYK, profiel volgens de drukker | CMYK, profiel volgens de drukker |
| Resolutie foto's | 300 DPI op schaal 1:1 | 100–150 DPI op schaal 1:1 (in een bestand op 1:10 tien keer zo hoog) |
| Fonts | omgezet naar contouren of ingesloten | omgezet naar contouren of ingesloten |
| Minimale tekstgrootte | 6 pt (veiliger 7–8 pt) | afhankelijk van de kijkafstand |
| Minimale lijndikte | 0,25 pt (ca. 0,1 mm) | 0,5 pt en meer |
| Bestandsformaat | PDF/X-1a of PDF/X-4 | PDF/X-1a of PDF/X-4 |
Netto formaat, bruto formaat en afloop: hoeveel moet erbij?
Het netto formaat is het eindformaat van het drukwerk na het snijden, bijvoorbeeld A5 = 148 × 210 mm, en een visitekaartje in Nederland en België 85 × 55 mm (elders ook 90 × 50 mm). Het bruto formaat is het netto formaat plus de afloop: extra achtergrond die buiten de snijlijn doorloopt. Met 3 mm afloop meet een A5-flyer in het bestand 154 × 216 mm en een visitekaartje van 85 × 55 mm 91 × 61 mm (bij 90 × 50 mm: 96 × 56 mm).
Afloop is nodig omdat de snijmachine nooit bij elk vel op exact dezelfde plek snijdt. Houdt de achtergrond precies op de snijlijn op, dan verschijnt bij de kleinste verschuiving een wit randje. Daarom moet elke achtergrond, foto en elk element dat tot aan de rand loopt over de volledige breedte van de afloop doorlopen.
Bij grootformaat hangen de regels af van de afwerking. Een spandoek met zeilringen of een tunnelzoom vraagt meestal om een omslag of extra marge, en een roll-up heeft vaak een extra strook onderaan nodig die in de cassette verdwijnt. Download in die gevallen altijd het sjabloon of de specificaties van de drukker.
- Maak het document meteen op het netto formaat aan en stel de afloop in via de documentinstellingen.
- Laat achtergronden en foto's doorlopen tot aan de buitenrand van de afloop.
- Plaats geen kaders vlak langs de rand: na het snijden lopen die zichtbaar ongelijk.
Veiligheidsmarge: hoe ver blijft tekst van de rand?
De veiligheidsmarge is een strook binnen het netto formaat waarin geen belangrijke inhoud mag staan. Houd voor flyers, visitekaartjes en posters minimaal 3–5 mm aan vanaf de snijlijn, en bij grotere formaten navenant meer. Teksten, logo's, telefoonnummers en QR-codes staan altijd binnen dit gebied.
Bij gevouwen producten, zoals een DL-folder uit A4 of een menukaart, houdt u ook afstand van de rillijn, zodat tekst niet over de vouw breekt. Bij spandoeken moet de marge rekening houden met zeilringen en tunnelzomen, en bij een roll-up met het onderste deel dat in de cassette valt en met de bovenste klemlat. Het makkelijkst is om vóór u begint met ontwerpen hulplijnen op de marge te zetten.
CMYK of RGB: hoe stelt u de kleuren in voor drukwerk?
Drukpersen drukken met CMYK-inkten, terwijl een beeldscherm kleuren in RGB weergeeft, dat een groter kleurbereik heeft. Levert u een bestand in RGB aan, dan zet de drukker of de RIP het automatisch om, en felle groenen, blauwen en paarsen kunnen dan duidelijk grauwer worden. U kunt de conversie beter zelf doen, zodat u meteen ziet hoe de kleur eruit komt te zien.
Werk in het CMYK-profiel dat uw drukker opgeeft. Voor gestreken papier worden vaak profielen uit de FOGRA-familie gebruikt (bijv. ISO Coated), voor ongestreken papier uncoated-profielen, en voor grootformaat kan de drukker eigen voorschriften hebben. Let ook op de totale inktdekking: op gestreken papier ligt de veilige grens meestal rond 300%, op ongestreken papier lager.
Huisstijlkleuren in Pantone rekent u om naar CMYK volgens de kleurenwaaier, tenzij er met een steunkleur wordt gedrukt. Houd er rekening mee dat uw beeldscherm geen betrouwbare referentie is: vraag bij kritische kleuren om een proefdruk.
Welke resolutie heeft u nodig voor drukwerk?
Voor flyers, visitekaartjes, posters en menukaarten moeten foto's 300 DPI hebben op schaal 1:1, dus op het uiteindelijke formaat van het drukwerk. Beelden van internet hebben meestal 72 DPI en een formaat dat op het scherm is afgestemd, waardoor ze op papier wazig of korrelig worden. De DPI kunstmatig verhogen in een programma voegt geen detail toe; het herberekent alleen de bestaande pixels.
Bij grootformaat volstaat een lagere resolutie, omdat u een spandoek of roll-up van enkele meters afstand bekijkt. Doorgaans wordt 100–150 DPI op schaal 1:1 aangehouden, en voor spandoeken die van ver worden bekeken zelfs minder. Maakt u het bestand op schaal 1:10, dan moet de resolutie tien keer zo hoog zijn: 1000 DPI in het bestand geeft 100 DPI op het drukwerk.
Logo's, teksten en eenvoudige vormen laat u het best als vectoren staan: die schalen zonder kwaliteitsverlies. Bij plakaty.shop (wielkareklama.eu studio) ontvangt u PDF-bestanden al op netto formaat met 3 mm afloop en een veiligheidsmarge, en roll-ups en spandoeken op schaal 1:10, zoals bij grootformaatdrukkerijen gebruikelijk is.
Fonts, dunne lijnen en zwart: waar moet u op letten?
Zet fonts om naar contouren of sluit ze in de PDF in. Heeft de drukker uw lettertype niet, dan vervangt het programma het door een ander en loopt de tekstopmaak in de soep. De minimale veilige tekstgrootte is 6 pt; voor de leesbaarheid is 7–8 pt beter. Maak witte tekst op een donkere, meerkleurige achtergrond iets groter en vetter, want dunne schreven kunnen dichtlopen met inkt.
Lijnen dunner dan 0,25 pt (ongeveer 0,1 mm) kunnen bij het drukken wegvallen of onregelmatig worden. Dat geldt ook voor kaders, onderstrepingen en dunne onderdelen van een logo.
Ga bewust met zwart om. Kleine tekst en dunne lijnen zet u uitsluitend in 100% K, want zwart dat uit vier inkten is opgebouwd geeft bij de kleinste verschuiving gekleurde randjes. Grote zwarte vlakken maakt u in diepzwart, bijv. C50 M40 Y40 K100, zodat ze niet grijs ogen. Gebruik nooit de registratiekleur (100/100/100/100): 400% inkt geeft een groot risico op vegen en afgeven.
- Tekst en lijnen: zwart 100% K.
- Grote zwarte vlakken: diepzwart, bijv. C50 M40 Y40 K100.
- Verboden: de kleur Registration, oftewel 100% van alle inkten.
- Overdrukken (overprint) alleen bewust instellen, meestal voor zwarte tekst.
PDF exporteren voor drukwerk: welke instellingen?
De veiligste standaarden zijn PDF/X-1a (maakt transparanties plat, alles in CMYK) en PDF/X-4 (behoudt transparanties en lagen). Welke u kiest, hangt af van de drukker; heeft u geen richtlijnen, dan werkt PDF/X-1a vrijwel overal. Zet in het exportvenster de afloop aan met de waarde die in het document is ingesteld.
Voeg alleen snijtekens toe als de drukker daarom vraagt: veel digitale drukkerijen willen een schoon bestand met afloop. Beveilig de PDF niet met een wachtwoord en verwijder opmerkingen en verborgen lagen. Bij dubbelzijdige producten zet u de pagina's in de juiste volgorde: pagina één is de voorzijde, pagina twee de achterzijde.
- Standaard: PDF/X-1a of PDF/X-4.
- Afloop: aan, gelijk aan het document (bijv. 3 mm).
- Fotocompressie: niet onder de vereiste resolutie.
- Eén product = één bestand, pagina's in de juiste volgorde.
Hoe controleert u het bestand voordat u het naar de drukker stuurt?
Open de definitieve PDF in een programma met preflight of uitvoervoorvertoning en controleer het paginaformaat, de aanwezigheid van afloop, de kleurruimte en het insluiten van de fonts. De scheidingsvoorvertoning laat zien of zwarte tekst alleen in het K-kanaal staat en of er nergens een te hoge inktdekking is. Zoom foto's in tot 100–200% om pixelvorming op te sporen.
Print het ontwerp tot slot op een gewone printer op schaal 1:1: u ziet dan meteen of tekst te klein is of elementen te dicht bij de rand staan. Lees alle teksten, telefoonnummers, adressen, prijzen en datums rustig na, liefst samen met iemand anders. De drukker drukt wat hij aangeleverd krijgt, en een tikfout in een telefoonnummer is na het drukken van de oplage niet meer te herstellen.
Checklist
- Netto formaat volgens de bestelling en 3 mm afloop (of volgens de specificaties van de drukker)
- Teksten en logo's minstens 3–5 mm van de snijlijn
- Kleuren in CMYK, inktdekking binnen ca. 300%
- Foto's 300 DPI op schaal 1:1 (grootformaat 100–150 DPI)
- Fonts omgezet naar contouren of ingesloten, tekst min. 6 pt
- Kleine zwarte tekst in 100% K, geen kleur Registration
- PDF/X-1a of PDF/X-4 met afloop aan, zonder wachtwoord
- Alle teksten, telefoonnummers en adressen nagelezen
Veelgestelde vragen
Hoeveel afloop heeft u nodig voor drukwerk?
De standaardafloop voor flyers, visitekaartjes, posters en uitnodigingen is 3 mm aan elke zijde. Sommige drukkers vragen 2 of 5 mm, en bij spandoeken en roll-ups hangt de extra marge af van de afwerking, zoals zeilringen of een tunnelzoom. Controleer altijd de aanleverspecificaties van de drukker waar u bestelt.
Kan ik een bestand in RGB laten drukken?
Technisch gezien wel, want de drukker zet het automatisch om, maar dan heeft u geen controle over het resultaat. Felle RGB-kleuren, vooral groenen en blauwen, kunnen na de conversie duidelijk doffer worden. U kunt het bestand beter zelf omzetten naar CMYK in het profiel dat de drukker opgeeft.
Welke resolutie is nodig voor het drukken van een spandoek?
Voor een spandoek op schaal 1:1 volstaat meestal 100–150 DPI, en bij grote spandoeken die van ver worden bekeken zelfs minder. Staat het bestand op schaal 1:10, dan moet de resolutie tien keer zo hoog zijn: 1000 DPI in het bestand geeft bijvoorbeeld 100 DPI op het drukwerk.
Waarom moet zwarte tekst alleen in 100% K staan?
Zwart dat uit vier inkten is opgebouwd vraagt om een perfecte paspositie van alle kleuren, en bij kleine tekst geeft zelfs een minimale verschuiving gekleurde randjes en onscherpte. Puur zwart 100% K wordt met één inkt gedrukt, dus de letters blijven scherp. Gebruik diepzwart alleen voor grote vlakken.
Welk PDF-formaat kiest u voor drukwerk?
Meestal wordt PDF/X-1a gebruikt, dat transparanties platmaakt en alles in CMYK opslaat, of PDF/X-4, dat transparanties behoudt. De keuze hangt af van de drukker. Welke standaard u ook kiest: zet de afloop aan, sluit de fonts in en beveilig het bestand niet met een wachtwoord.
Hoe klein mag de kleinste tekst op een flyer zijn?
Het veilige minimum is 6 pt, maar voor prettig leesbare tekst kunt u beter 7–8 pt aanhouden, zeker bij dunne lettertypen. Maak witte tekst op een donkere achtergrond groter en vetter, want dunne onderdelen van de letters kunnen dichtlopen met inkt.


